Begin van de inhoud.

CAW-hulpverlener Liesbeth Valkenborgh publiceert boek Krachtige hulpverleners

Liesbeth Valkenborgh CAW

Wat als sterk hulpverlenerschap niet alleen gaat over kennis en methodieken, maar ook over vertragen, luisteren en geworteld blijven in jezelf? In dit interview spreken we met Liesbeth Valkenborgh, auteur van het pas verschenen boek Krachtige hulpverleners. Vanuit haar ervaring als maatschappelijk werker en haar eigen zoektocht naar meer rust en bedding, deelt Liesbeth hoe lichaamsbewustzijn, mildheid en ruimte maken het verschil maken in duurzaam werken met mensen.

Liesbeth Valkenborgh werkt als Vormingsmedewerker bij BudgetInZicht Limburg, een samenwerkingsverband tussen CAW Limburg en lokale besturen. Ze is bachelor sociaal werk (Hogeschool Limburg) en volgde aanvullende opleidingen in de contextuele therapie (Balans), Rites of Passage (Valka), Deep Democracy (Mediv) en als yogadocent (Monke). Krachtige hulpverleners is haar eerste boek.

Dag Liesbeth, een boek komt er niet zomaar. Wanneer ontstond bij jou het idee om Krachtige hulpverleners te schrijven?

Liesbeth: ‘Krachtige hulpverleners ontstond niet op één moment, maar in veel kleine momenten doorheen 20 jaar hulpverlener zijn. In 2014 kreeg ik een burn-out. Daarna ben ik anders, rustiger in mijn werk gaan staan. Die innerlijke verschuiving is me altijd blijven fascineren. Dat was voor mij de eerste echte beweging om dit boek te schrijven.’

In 2014 kreeg ik een burn-out. Daarna ben ik anders, rustiger in mijn werk gaan staan.

De ondertitel van je boek is Sterk in je vak, geworteld in jezelf. Hoe ben jij sterk in je vak én geworteld in jezelf?

Liesbeth: ‘Ik let vaak op mijn adem en op mijn schouders. Zijn ze gespannen, dan adem ik bewust uit, laat ik ze zakken en stel ik mezelf de vraag: wat zorgt hier nu voor spanning?’

‘Hoe meer ik luister naar mijn lichaam, hoe groter de kans dat ik echt aanwezig ben in contact. En soms lukt het niet. Dan vergeef ik mezelf onmiddellijk. Ik zie mezelf als een proces: altijd lerend, nooit af. Die mildheid maakt groei mogelijk.’

Stel: je hebt morgen een ontmoeting met een jongere versie van jezelf. Welke hoofdstuk uit je eigen boek zou je die jongere versie van jezelf aanraden om te lezen?

Liesbeth: ‘Zonder twijfel het hoofdstuk over bestaansrecht. Ik beschrijf daarin hoe ik ooit mijn stamboom tot in detail kon uitleggen, maar stilviel bij de vraag: “hoe is het voor jou?” Die vraag voelde ik niet.’

‘Voor mij gaat wortelen daarover: jezelf leren voelen in relatie tot anderen en je geschiedenis. Zodat je een plek hebt van waaruit je anderen kan ontmoeten. Aan mijn jongere zelf zou ik vragen: mag jij er ook zijn, zonder dat je helpt?’ 

Ik zie mezelf als een proces: altijd lerend, nooit af.

Je stelt in de inleiding dat je geen sluitende antwoorden wil bieden op complexe vragen, maar wel herkenning en ruimte. Welke zinnen, fragmenten of vragen uit het boek helpen jou als hulpverlener om ruimte te maken?

Liesbeth: ‘De vraag: “waarom doe ik deze job?” Die brengt me terug naar mijn drive. En het besef dat ik niet altijd moet oplossen. Soms is ruimte houden precies wat nodig is om echt aanwezig te zijn.’

Hulpverlener zijn vraagt volgens jou om een lichaam dat thuis is in zichzelf. Wat wil je dat hulpverleners na het lezen van dit boek begrijpen over hun eigen lichaam als instrument in contact?

Liesbeth: ‘Dat ons zenuwstelsel altijd voor ons werkt en ons veilig probeert te houden. Dat is geniaal is, maar niet altijd helpend. We kunnen onszelf leren reguleren. Zodat we rust kunnen vasthouden voor anderen, en zij voor ons.’

‘Ik geloof dat kennis van ons zenuwstelsel essentieel is om dit werk duurzaam en krachtig te blijven doen.’

Welke handvaten uit je eigen boek neem je mee om jezelf te voeden als je in de uitoefening van je job tegen ‘het systeem’ aanloopt?

Liesbeth: ‘Het besef dat ik niet alles moet oplossen, maar dat ik altijd kan kiezen om aanwezig te blijven bij mijn cliënt én bij mezelf. Je hoeft niet het hele systeem te veranderen om anders in je werk te gaan staan.

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

Liesbeth Valkenborgh - Krachtige hulpverleners

Fragment uit Krachtige hulpverleners:

Je hoeft niets te worden. Je hoeft alleen maar te zijn.

In het eerste jaar van mijn opleiding tot contextueel therapeut mochten we ons genogram brengen. Je weet wel, je stamboom. Uiteraard had ik die tot in detail. Met dank aan een lieve tante zelfs tot ergens in de middeleeuwen. Tijdens mijn uiteenzetting vertelde ik over mijn familie, mijn ouders, grootouders, tantes, nonkels en de krachten en kwetsbaarheden in mijn familie. En toen vroegen ze me zo’n vreemde vraag, waar ik het antwoord niet op wist:

Hoe is het voor jou?

Huh? Voor mij? Hoezo?

Nu glimlach ik naar mezelf op dat moment van onwetendheid. Dat ik er ‘ook’ ben.

“Mag jij er zijn?”

“Of telt dat niet?”

Zonder een diep gevoel van bestaansrecht blijven we onszelf bewijzen. We geven, zorgen, presteren in de hoop bevestigd te worden. Maar bestaansrecht heb je niet omdat je helpt. Je hebt het omdat je er bent.

Zelfzorg zonder bestaansrecht wordt een lijstje. Je doet het omdat het ‘moet’, niet omdat je gelooft dat je het waard bent. Echte zorg voor jezelf begint bij de erkenning: ik ben er, dus ik mag er zijn.

Als kind leren we wie we zijn via de ogen van onze omgeving. Als die omgeving ons bevestigt in onze gevoelens, verlangens en grenzen, ontstaat er vanzelf een gevoel van bestaansrecht.

Maar vaak was dat niet wat je kreeg. Misschien was er stress in het gezin, een ouder die emotioneel afwezig was, of een sfeer waarin aanpassen loonde. Met de beste wil van de wereld gaven onze opvoeders ons toch niet altijd datgene wat we nodig hadden.

Bestaansrecht is de erkenning dat jij, jouw stem of jouw rol er mag zijn, waardevol en legitiem binnen de wereld of omgeving waarin je leeft.

Haal Krachtige hulpverleners in huis. Koop het boek via de webshop van Liesbeth.