“Het is ontzettend mooi om naast iemand te mogen wandelen.”
Een schokkende gebeurtenis kan je helemaal uit evenwicht brengen. Je hoofd zit vol vragen, je lichaam is gespannen, en je weet niet of alles wat je doet of voelt wel normaal is. Dan is het helpend als iemand naar je luistert en je rustig uitlegt wat je kan doen. Anke De Schouwer is zo iemand. Ze werkt bij Slachtofferhulp van CAW Halle-Vilvoorde.
Anke: “Dit is de job die ik altijd al wilde doen, maar wel op het moment dat ik vond dat ik er klaar voor zou zijn. Ik startte als praktijkgerichte orthopedagoog. Daarna studeerde ik vroedkunde en zorgmanagement. Ik werkte lang in het jongerenwelzijn, met jongeren die niet thuis konden wonen en met kwetsbare tienermoeders, en ik was ook verpleegkundige bij Kind en Gezin.”
Wanneer kwam CAW in beeld?
Anke: “In het najaar van 2021. Dat was een heel bewuste keuze. Ik startte met thema’s zoals scheiding, jongeren en gezin. Nu ben ik deeltijds vrijwilligerscoördinator en begeleider bij Slachtofferhulp en rond mentaal welzijn. Ondertussen ben ik ook perinatale coach in bijberoep.”
Waarom Slachtofferhulp?
Anke: “Slachtofferhulp heeft mij altijd aangetrokken. In het jongerenwelzijn kom je ook situaties tegen waarin mensen trauma meemaken. Maar toen wist ik: ik wil eerst nog groeien als hulpverlener. Ik wilde genoeg ervaring hebben om goed te kunnen luisteren: warm, maar ook met de nodige afstand.
Toen er een plek vrijkwam, stelde ik me kandidaat. Ik had een ontzettende klik met de supervisor, maar ook: ik was klaar om die verhalen te horen. Mensen komen niet naar Slachtofferhulp omdat het leven even tegenzit. Ze komen omdat er iets gebeurd is dat een enorme impact kan hebben. Als je dan naast iemand mag wandelen in dat verhaal… dat is ongelooflijk waardevol. Je komt heel trieste dingen tegen, maar ook heel mooie momenten.”
Wat raakt je daarin het meest?
Anke: “Niemand wil Slachtofferhulp nodig hebben. Want dat wil zeggen dat er iets gebeurd is. Maar het is ongelooflijk mooi om iets te kunnen betekenen, die persoon te zijn waarop mensen kunnen terugvallen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat het best goed gaat, maar dat iemand dan plots een brief krijgt van het Openbaar Ministerie en er paniek ontstaat. Dan is het mijn taak om even rust te brengen: het is normaal dat je je zo voelt, twijfel niet aan jezelf.
Maar het gaat ook over de impact voor je omgeving als je iets heftigs meemaakt. Bijvoorbeeld: als je kind slachtoffer is, hoe sta je er dan als ouder? Hoe komt het dat je zo reageert? Maar ook het juridische stuk en hoe je hen begeleidt; mensen die slachtoffer zijn, vragen niet per se om wraak. Vaak gaat het over gehoord worden.”
Je had het over afstand en warmte. Hoe bewaak je die balans?
Anke: “Dat is oefenen, en dat blijft oefenen. Je wil menselijk blijven, maar je wil ook niet kopje-onder gaan. Sommige verhalen zijn zwaar. Dan is steun belangrijk: collega’s, overlegmomenten, supervisie. Dat is geen luxe, dat is noodzakelijk. Je kan niet elke week zulke verhalen binnenkrijgen en doen alsof dat niks met je doet. Ik bouw ook een soort veiligheid in voor mezelf: ik luister naar het verhaal, maar ik probeer het niet helemaal ‘als een film’ voor me te zien. Ik visualiseer een soort muur, zodat de verhalen niet te fel binnenkomen, maar ik wel betrokken kan zijn.”
Wat is voor jou de kern van je werk?
Anke: “Luisteren, rust brengen en informeren. Rust brengen, dat is kalmeren, samen ademhalen, weer grond onder de voeten voelen. Informeren, maar op het ritme van de persoon. Uitleggen hoe het loopt en wat je mag verwachten van verschillende diensten, zonder iemand te overladen met informatie. Ik wil dat mensen begrijpen wat er kan gebeuren, en wat ze mogen verwachten.”
Hoe kies je je woorden in zo’n gesprek?
Anke: “Voor mij is het belangrijk dat je dingen kan benoemen, maar ook dat je de taal van de cliënt gebruikt. Ik had bijvoorbeeld een cliënt die het heel moeilijk had met het woord ‘seksueel grensoverschrijdend gedrag’. Dat is misschien de realiteit, maar als iemand dat woord op dat moment niet aankan en liever ‘grensoverschrijdend gedrag’ zegt, dan gebruiken we dat.
Ik ga niet minimaliseren, maar ik kies woorden die toegankelijk zijn. En ik benoem ook wat ik zie gebeuren: ‘Ik zie dat dat woord binnenkomt.’ Dan zoeken we samen hoe we er op een andere manier over kunnen praten, zonder het weg te duwen.”
Hoe verloopt een eerste gesprek meestal?
Anke: “Dat kan alle richtingen uitgaan. Elk gesprek is anders, maar ik kijk er altijd naar uit: wat speelt er? Wat hebben ze nodig? Wat kan ik betekenen?”
Niet iedereen voelt zich goed bij het woord ‘slachtoffer’. Hoe ervaar jij dat?
Anke: “Ik hoor soms dat mensen dat liever niet gebruiken. Het woord kan machteloos voelen: als slachtoffer heb je geen keuze gehad in wat er gebeurde. En dan krijgen mensen er soms commentaar op, of meningen van anderen.”
Hoe werk je daarmee in begeleiding?
Anke: “Dan vraag ik: ‘Wat betekent dat woord voor jou?’ En ik probeer het open te trekken. Als je het hebt over reacties zoals vechten, vluchten of bevriezen, zeggen mensen soms: ‘Ik had meer moeten vechten.’ Maar zo werkt het niet. Als je in zo’n situatie terechtkomt, maakt je brein keuzes voor jou. Dus nee: het is niet omdat je zweeg of wegliep, dat je ‘minder slachtoffer’ bent, of het minder verdient om zo genoemd te worden. Ik wil dat mensen niet vast komen te zitten in machteloosheid.”
Wanneer raad je mensen aan om Slachtofferhulp te contacteren?
Anke: “Op eender welk moment dat je vragen hebt. Soms ben je overdonderd. Soms weet je het even niet. Soms maakte je pas iets heftigs mee, of is het al langer geleden. Soms reageert je omgeving raar: ‘Mag jij je nu wel slachtoffer voelen?’ Dan denk ik: ja, contacteer ons maar.
‘Slachtoffer’ is een brede term. Soms denken mensen dat we er alleen zijn als ze een klacht indienen of als er strafbare feiten zijn. Maar ik raad iedereen aan om te bellen als die steun nodig heeft. Soms voelt iemand zich slachtoffer in een bredere zin, bijvoorbeeld wanneer oude pijn weer opkomt. Dat verdient ook zorg, dan kunnen we ook doorverwijzen naar andere collega’s binnen CAW.”
Zijn er verhalen die je bijblijven?
Anke: “Ja. Ik heb er meerdere. Zonder in detail te treden: soms zie je hoe pijnlijk het systeem kan zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand die verdacht wordt, plots vrijkomt en het slachtoffer dat niet op tijd weet. Dat kan onveilig voelen en paniek geven. Dat kan me kwaad maken. En tegelijk probeer ik er te staan: rustig blijven, uitleg geven, kijken wat iemand nú nodig heeft.”
En zijn er ook momenten die je energie geven?
Anke: “Zeker. Soms is het iets kleins dat voor iemand gigantisch is. Zoals: ‘Kan jij meegaan naar dat gesprek?’ Of: ‘Kan jij mee uitleg vragen?’ Als mensen dan voelen: ‘Ik sta er niet alleen voor’… dat is heel raak. Slachtofferhulp is ook dankbaar werk. Mensen zeggen vaak expliciet dank je wel. Niet omdat ik dat nodig heb, maar omdat je voelt: het heeft voor hen verschil gemaakt.”
Wat heb jij zelf nodig na een zware dag?
Anke: “Bewegen helpt. Ik loop: dat is mijn manier om te verwerken. Soms heb ik ook nood aan muziek die alles even losmaakt. En ik heb mijn netwerk. Ik kan tegen mensen zeggen: ‘Ik heb iets zwaars gehoord vandaag.’ Zonder details, maar wel even eerlijk zeggen dat het hoog zit. En er is mijn team, dat heb je echt nodig.”
Als je één ding mag meegeven aan mensen die dit lezen, wat is dat dan?
Anke: “Dat je niet ‘de juiste woorden’ moet hebben om hulp te vragen. Je mag verward zijn. Je mag boos zijn. Je mag twijfelen. Je hoeft het niet netjes te vertellen. Als jij voelt: ‘Er is iets gebeurd en ik geraak er niet uit’, dan is dat genoeg om contact te nemen.
En aan de omgeving: onderschat niet wat het doet. Luister. Minimaliseer niet. En zeg niet te snel wat iemand ‘moet’ doen. Vaak is er vooral nood aan iemand die blijft. Iemand die mee vasthoudt tot het weer wat rustiger wordt.”
Anke werkte mee aan de video’s waarin hulpverleners van Slachtofferhulp uitleggen wat er kan gebeuren na een schokkende ervaring en wat helpend kan zijn: