Integrale aanpak van dak- en thuisloosheid
Wie dakloos wordt, klopt zelden bij één deur aan. Er is het OCMW, het CAW, de woonmaatschappij, de geestelijke gezondheidszorg, soms schuldbemiddeling. Elk doet zijn werk, maar al te vaak naast elkaar. Saskia Aerts (SAM, steunpunt Mens en Samenleving) en Birger Blancke (CAW Oost-Vlaanderen) werken aan hetzelfde: die losse eilandjes verbinden.
Herkennen jullie dat beeld van losse eilandjes?
Birger: Thuisloosheid raakt verschillende levensdomeinen: wonen, welzijn, geestelijke gezondheid, werk en inkomen. Maar voor mensen zelf bestaat die opdeling niet. De eilandjes zijn voor mij niet de organisaties. Elke partner heeft zijn eigen expertise, en dat is een sterkte. Het wordt pas een probleem als die expertise onvoldoende op elkaar aansluit. Dan krijgt iemand hulp uit verschillende hoeken, maar ontbreekt het overzicht. Net daarom is geïntegreerd samenwerken zo belangrijk.
Saskia: Ook op beleidsniveau zijn er eilandjes: zijn de openingsuren van het OCMW afgestemd op die van het inloopcentrum of het CAW? Tussen de diensten moet een brug komen, ook bínnen een gemeente, want soms werken woon- en sociale diensten amper samen. Een pluspunt: op Vlaams niveau lijken Wonen en Welzijn elkaar steeds meer te vinden.
Welk hardnekkig misverstand willen jullie al meteen rechtzetten?
Saskia: Dat mensen die dak- en thuisloos zijn zorg weigeren. Ik krijg het woord ‘zorgmijder’, of nog erger ‘zorgweigeraar’, nauwelijks over mijn lippen. Die mensen hebben gewoon nooit iets gevonden dat bij hun noden past. Vaak hebben ze een hele geschiedenis in de zorg, met soms slechte ervaringen. Of ze raken er niet binnen: ze spreken de taal niet, hebben geen verblijfsdocumenten, of een hond die niet mee mag. Ze worden geweigerd, eerder dan dat ze weigeren. Niemand wil langdurig op straat leven.
Birger: Thuisloosheid is ook geen individuele keuze. Het ontstaat bijna altijd door een samenspel van factoren. Een tweede cliché: dat je dak- thuisloosheid reduceert tot iemand die op straat leeft. Ook mensen in onzekere woonsituaties en sofaslapers zijn thuisloos. Net deze groep is soms moeilijk in beeld te krijgen.
Saskia: Ik vind ‘sofaslaper’ trouwens een veel te vrolijk woord. Vaak moeten die mensen er diensten voor teruggeven: seks, drugs. Soms mogen ze er slapen, maar er overdag niet zijn. Je zou verschieten hoeveel misbruik ze meemaken.
En de cijfers stijgen?
Birger: Absoluut. De druk op de woningmarkt speelt daarin een grote rol: worden betaalbare woningen schaars, dan stijgt het risico op dak- en thuisloosheid. Dat toont weer hoe nauw woon- en welzijnsbeleid samenhangen. Ons succes blijkt niet alleen uit hoeveel mensen we opvangen, maar vooral ook uit hoeveel mensen we uit dak- en thuisloosheid kunnen houden. Daar ligt de grootste maatschappelijke winst.
Saskia: Elke wetswijziging heeft gevolgen. Hoe strenger de leefloonwetgeving, hoe meer mensen hun woning niet meer kunnen betalen. Hoe strenger het asiel- en migratiebeleid, hoe meer mensen op straat belanden. We zijn dakloosheid aan het creëren.
Welk puzzelstukje wordt het vaakst vergeten?
Saskia: Wonen. Dat is de basis, en daarom is samenwerking met de woonmaatschappijen zo belangrijk. Zijn er geen woningen, dan wordt het veel moeilijker om iemand te ondersteunen. Lang zag men dakloosheid als een welzijnsprobleem: verslaving, psychische problemen. Maar het echte probleem is dat mensen die dak- en thuisloos zijn geen woning hebben, en dat velen te weinig inkomen hebben om de huidige huurprijzen te kunnen betalen.
Birger: In Brussel heb ik gezien wat schaarste doet. Zelfs de sterkste methodieken botsen op hun grenzen als er te weinig woningen zijn, en dan komt ook de samenwerking onder druk. Daarom blijft investeren in betaalbare woningen een absolute basisvoorwaarde.
Je moet over de grenzen van je eigen organisatie kijken.
Als er te weinig woningen zijn, wat lost samenwerken dan eigenlijk op?
Birger: Samenwerking is geen alternatief voor woonbeleid, maar zonder samenwerking rendeert een goed woonbeleid wel minder.
Saskia: Soms levert samenwerking wél nieuw aanbod op. Een netwerk van solidaire verhuurders op de private markt opzetten bijvoorbeeld is veel efficiënter, dan met elke eigenaar apart onderhandelen. En ook het woningtekort signaleer je beter samen, gestaafd met de dak- en thuislozentellingen.
Hoe breng je al die partijen samen?
Saskia: We proberen lokale besturen samen een dak- en thuislozenbeleid te laten uittekenen, met OCMW’s, CAW’s, woonmaatschappijen en armoedeorganisaties. Bovenlokaal, want dakloosheid stopt niet aan gemeentegrenzen, en een kleine gemeente heeft zelden de middelen om dat alleen te doen.
Birger: Het CAW bouwt met lokale besturen aan structurele afspraken of convenanten, bijvoorbeeld rond preventie van uithuiszetting, noodwoningen of nachtopvang. Zo hangt ondersteuning niet af van toevallige contacten, maar wordt ze duurzaam georganiseerd.
Wat is het verschil tussen overleggen en écht geïntegreerd werken?
Saskia: Overleg is vaak ad hoc: bij een probleem gaan we even samen zitten. Bij geïntegreerd werken liggen de afspraken vast en is er een plan. Welke informatie delen we, hoe koppelen we terug, wie is aanspreekpunt?
Birger: En dan zitten de juiste partners aan tafel, vanuit dezelfde doelstelling. Anders vertrek je weer vanuit je eigen visie.
Saskia: Housing First-teams zijn daar mooie voorbeelden van, en de intersectorale teams voor dak- en thuisloze jongvolwassenen, met de GGZ en de jeugdhulp erbij. Wie meerdere problemen tegelijk heeft, heeft nu eenmaal meerdere soorten hulp nodig.
Loopt dat altijd goed?
Saskia: Nee. Sommige cliënten spelen de begeleiders van een multidisciplinair team tegen elkaar uit. Dat gebeurt als hulpverleners onvoldoende afgestemd zijn.
Birger: Je moet over de grenzen van je eigen organisatie kijken. Elke organisatie heeft sterke punten, maar wat jij doet is niet de enige juiste manier en je hoeft niet alle antwoorden te hebben. Net die bereidheid om elkaars expertise te erkennen maakt geïntegreerd werken sterker. Makkelijk is het niet, en er moeten ook voldoende middelen tegenover staan.
Kan het CAW mensen aan een woning helpen?
Birger: Wij zitten in de toewijzingsraad van de verschillende woonmaatschappijen. In bijvoorbeeld Gent is een aantal tickets voorbehouden voor onze doelgroep. Krijgt iemand een woning via versnelde toewijzing, dan begeleiden wij die een jaar, om de overgang vlot te laten verlopen. De wachtlijsten zijn echter groot en amper 6 procent van de Vlaamse woningmarkt is sociaal wonen. Het aanbod is dus beperkt, zeker voor onze doelgroep.
Hoe ziet dat continent er over vijf jaar idealiter uit?
Birger: Ik hoop dat samenwerking tegen dan de vanzelfsprekende manier van werken is. Dat we beleid blijven bouwen op data, praktijkervaring en wetenschappelijke inzichten, en dat die kennis ook echt leidt tot betere ondersteuning: een netwerk waarin iedereen vanuit zijn eigen expertise bijdraagt aan hetzelfde doel.
Saskia: Samenwerken verbetert de situatie van thuisloze mensen echt, en daar zien we mooie voorbeelden van. In dat over de muur kijken hebben we een enorme stap gezet van eilandjes naar continent.
Dit artikel verscheen ook in Magis
Dit artikel verscheen ook in Magis, het driemaandelijkse infozine van CAW Oost-Vlaanderen. Je vindt het in Magis jaargang 13 nummer 3. Blijf op de hoogte: schrijf je in en ontvang Magis in je brievenbus of digitaal.