Begin van de inhoud.

“Je kunt niet alles oplossen. Maar mensen voelen wel dat je er voor hen bent.”

Wie werkt rond verblijfswetgeving, werkt nooit alleen met dossiers. Achter elke aanvraag zit een mens, een familie en een verhaal. Vaak ook verlies, angst en een lange wachttijd. Doris begeleidt al jaren mensen in een precaire verblijfssituatie. Ze helpt hen hun weg te vinden in ingewikkelde regels en procedures. Maar even belangrijk: ze luistert, geeft uitleg en blijft eerlijk, ook als het antwoord moeilijk is. “Je kunt niet alles oplossen, maar je kunt wel elke dag iets betekenen voor iemand”, zegt Doris. Misschien is dat waarom zoveel mensen haar naam onthouden en jaren later als ze een probleem ondervinden haar raad komen vragen.

Hoe ben je in dit werk terechtgekomen?

“Ik ben gestart bij de Sociale Dienst voor Vreemdelingen, helemaal van nul. Ik werd er echt ingegooid en moest alles leren over verblijfswetgeving. Ik kreeg opleiding van een jurist en zo leerde ik het vak goed kennen. Ik ben er helemaal door gebeten geraakt.”

Wat trekt je zo aan in dit thema?

“Het is een boeiende combinatie van wetgeving, contact met mensen en samenwerken. Mensen de juiste info geven is belangrijk. Maar goed samenwerken met andere diensten ook. Toen ik startte bij de Sociale Dienst Voor Vreemdelingen in 1996, liep die samenwerking niet altijd vlot met Dienst Vreemdelingenzaken, Brussel, de politie, de douane en stadsdiensten. Dat verbeteren vond ik een echte uitdaging.”

En nu werk je bij CAW rond verblijf?

“Ja, ik werk voor mensen die zich in een precair verblijf bevinden. Die doelgroep is groot. Samen met een collega ben ik daar bijna voltijds mee bezig. We werken wel nauw samen met andere collega’s. Komt iemand bijvoorbeeld bij ons na partnergeweld, dan doet een collega de intake of begeleiding. Wij bekijken dan wat dat betekent voor het verblijf: wat gebeurt er bij een scheiding, wat zijn de gevolgen voor het dossier, spelen culturele verschillen mee? Dat maakt het werk heel boeiend.”

Hoe ziet een doorsnee werkdag eruit?

“Zeer afwisselend. Soms zijn het kleine, praktische dingen. Deze ochtend hielp ik iemand met administratie, bijvoorbeeld met een bankrekeningnummer voor vakantiegeld. Heel concreet dus.

Maar het kunnen ook heel complexe vragen zijn, bijvoorbeeld iemand die zijn broer uit Afghanistan hierheen wil brengen via een humanitair visum. Dat zijn vaak moeilijke dossiers, met lange wachttijden en veel onzekerheid.”

Welke vragen krijgen jullie het vaakst?

“Veel vragen gaan over gezinshereniging, de meeste vragen die we krijgen is hoe kerngezinnen van mensen uit Afghanistan naar België te laten overkomen.  Wij kunnen uitleg geven over hoe je een dossier samenstelt en welke stappen er nodig zijn. Maar wat er concreet gebeurt om bijvoorbeeld van Afghanistan naar Pakistan te geraken, daar hebben wij geen vat op. Mensen verwachten soms dat wij daar iets kunnen regelen, maar dat kunnen we niet.”

Wat doe je dan precies in een gesprek?

“Vooral luisteren. Echt proberen te begrijpen wat nu de kern van het probleem is. Dat is niet altijd eenvoudig. Dus ik stel veel vragen en leg uit wat wel en niet kan binnen de verblijfswetgeving. Soms is het vooral informatie geven en kunnen mensen verder. Maar soms ben je heel lang samen onderweg.”

Verblijfswetgeving verandert ook constant. Hoe ga je daarmee om?

“Door alles te blijven controleren. Je kunt niet denken: ik weet het al. Bedragen veranderen, procedures veranderen, er zijn indexeringen… Dus zelfs als ik denk dat ik het weet, kijk ik het na. Uitzoeken, opzoeken, overleggen met collega’s en andere diensten. Dat hoort erbij.”

Dat lijkt me ook emotioneel zwaar.

“Wat er in de wereld gebeurt, blijft voor veel mensen ver weg. Je ziet het op tv, maar zonder gezicht erbij. Voor ons is dat anders. Wij kennen mensen achter die verhalen. Daarom neem je je werk toch mee naar huis. Mensen tonen me beelden van hun ingestorte huis, of van familie die achterbleef. Dan zie je die persoon en de emoties. Dat komt heel dichtbij.”

Wat vind je het moeilijkst in je job?

“Dat ik soms dingen moet uitleggen die onmenselijk voelen. De verblijfswetgeving dwingt mensen soms om te kiezen tussen familieleden. Dan denk ik: wat ik nu moet zeggen, voelt niet menselijk. Maar ik moet wel eerlijk zijn over wat wel en niet kan.

Dan denk ik soms: Waarom moet ik degene zijn die dat slechte nieuws brengt? Maar tegelijk weet ik ook: ik ben niet verantwoordelijk voor die wetgeving. Ik kan mensen ondersteunen en helpen omgaan met die gevoelens, maar ik kan het systeem niet veranderen.”

Wat doet dat lange wachten met mensen?

“Heel veel. Bij gezinshereniging moet je vaak rekenen op anderhalf tot twee jaar, zeker als er DNA-tests nodig zijn. Dat weegt op mensen, en ook op ons. Mensen bellen dan vaak: ‘Doris, is er nog geen beslissing? Duurt dat niet lang? Mijn vriend heeft al nieuws.’

Ik begrijp dat volledig, want het gaat over hun familie. Maar soms kun je alleen blijven zeggen: alsjeblieft, geduld. Dat is niet altijd simpel.”

Met welke zorgen zitten mensen het meest?

“Vooral onmacht en druk. Veel mensen krijgen druk van familie in het buitenland: ‘Waar blijft dat visum? Doe je wel genoeg?’ Soms leggen familieleden de schuld bij degene die hier is. Dat geeft enorm veel stress.

En daarnaast zijn er de verlieservaringen. Niemand vlucht zomaar. Mensen laten een huis, werk, familie en een leven achter. Ze komen hier alleen, in een taal en cultuur die ze niet kennen. Dat is allemaal niet simpel.”

Krijg je in je omgeving vooroordelen over vluchtelingen te horen?

“In het begin van mijn job heel veel. Mensen zeiden: ‘Jij bent een goede hulpverlener, waarom verspil je je talenten aan die doelgroep?’ Dat vond ik heel moeilijk. Want dat is juist waarom ik hulpverlener ben: om te werken met mensen die aan de rand van de samenleving staan, die het moeilijk hebben.

Ook nu hoor je nog vaak dat vluchtelingen alles direct krijgen of veel geld krijgen. Dat klopt gewoon niet. Ik probeer daar uitleg over te geven. Maar als mensen zwart-wit blijven denken, steek ik daar niet eindeloos energie in.”

Welke boodschap wil je daarover meegeven?

“Maak contact. Doorbreek barrières. Mensen hebben soms schrik van taal- of cultuurverschillen, maar je hoeft geen perfect Frans of Engels te spreken. Je moet gewoon willen communiceren.

Als je iets niet begrijpt van een cultuur: vraag het gewoon. Als je echt in contact komt met mensen, kijk je anders.”

Zijn er gesprekken of momenten die je altijd zijn bijgebleven?

“Ja. Ik herinner me een man in een uitzichtloze situatie. Hij bleef praten, ik luisterde, en ik dacht: ik kan hier niets oplossen. Dus ik vroeg: ‘Wat verwacht je eigenlijk van mij?’ En hij zei: ‘Doris, je hebt al zoveel gedaan. Je hebt geluisterd.’ Dat is mij altijd bijgebleven.

En ook een jong meisje in een moeilijke situatie zei ooit tegen mij: ‘Ik zou jouw job nooit willen doen, maar ik ben zo blij dat jij het doet.’ Dat is erkenning die je niet vergeet.”

Wat is voor jou het mooiste aan je job?

“Ik werk echt met hart en ziel, en ik kom nog altijd graag werken. Het mooiste is dat je iets kunt betekenen in het leven van iemand anders. Klein of groot, dat maakt niet uit.

Je kunt niet voor iedereen alles oplossen. Maar mensen voelen wel dat je er bent, dat je eerlijk bent en dat je luistert. Zelfs als een dossier slecht afloopt, of als de uitkomst pijnlijk is, blijven mensen je waarderen. Dat raakt me wel. En natuurlijk ook de positieve beslissingen, de herenigingen, de momenten waarop mensen jaren later terug langskomen en vertellen hoe het nu gaat.

Dan hoor je dat kinderen opgroeien, studeren, werken, een toekomst opbouwen. Dat doet enorm veel deugd. Veel mensen komen hier ook vooral voor de toekomst van hun kinderen. Als je dan ziet dat dat lukt, is dat heel mooi.”

Er hing vroeger een ‘boom van Abraham’ in je bureau. Waarom was die belangrijk?

“Mensen kwamen vaak naar die poster kijken en zochten dan hun religie of hun plek op die boom. Dat hielp om gesprekken te starten vanuit verbondenheid.

Voor mij symboliseert dat iets heel belangrijks: wij hebben allemaal een gemeenschappelijke noemer. Wij zijn allemaal mensen. Gelijkheid is voor mij de kern. Luisteren, eerlijkheid en respect betekenen zoveel. Ik probeer altijd naast mensen te lopen, nooit voor hen. ”