Begin van de inhoud.

Marleen, vrijwilliger bij Bruggenbouwers in de gevangenis van Hasselt

Marleen Cuyx

In het Jaar van de Vrijwilliger zetten we graag de mensen in de kijker die zich bij het CAW engageren voor anderen. Wat gebeurt er wanneer iemand in detentie nood heeft aan een luisterend oor? In dit interview vertelt Marleen hoe zij als vrijwilliger bij het project Bruggenbouwers van CAW Limburg gedetineerde mensen bezoekt in de gevangenis van Hasselt. Ze legt uit wat het project inhoudt, waarom luisteren soms het belangrijkste is en hoe duidelijke grenzen en ondersteuning het vrijwilligerswerk sterk en veilig maken.

Dag Marleen, wie ben je en wat heb je gedaan vóór je als vrijwilliger startte?

Marleen: ‘Ik ben bijna drie jaar met pensioen en heb daarvoor meer dan twintig jaar bij het CAW gewerkt. In die periode heb ik met heel verschillende mensen en situaties gewerkt, onder andere rond dak- en thuisloosheid en armoede. Dat contact met mensen is altijd de rode draad in mijn carrière geweest.’

Je ging op pensioen, maar je engagement in de welzijnssector stopte duidelijk niet. Hoe ben je bij de Bruggenbouwers terechtgekomen?

Marleen: ‘Voor mij voelde dat heel vanzelfsprekend. Ik heb mijn werk als hulpverlener altijd graag gedaan en wilde me na mijn pensioen ook blijven inzetten voor mensen in kwetsbare situaties. Een CAW-collega woont bij mij in de buurt en vertelde me over de Bruggenbouwers. Het project en de doelgroep spraken me meteen aan. Ik zegde mijn deelname toe en volgde onder begeleiding van vrijwilligerscoach Raf een uitgebreide vorming over de methodiek VUURWERKT. Zodra die achter de rug was, startte ik met mijn eerste bezoeken in de gevangenis.’

Ik heb mijn werk als hulpverlener altijd graag gedaan en wilde me na mijn pensioen ook blijven inzetten voor mensen in kwetsbare situaties.

Wat doet een bruggenbouwer precies?

Marleen: ‘Een bruggenbouwer is er in de eerste plaats als bezoeker: iemand van buiten de gevangenismuren die langskomt om te luisteren. Een gedetineerde persoon kan aangeven dat die graag bezoek wil. De vrijwilligerscoach gaat dan eerst in gesprek en probeert een goede match met een van de getrainde vrijwilligers te maken. Daarna volgt een kennismaking met ons drieën: de coach, de gedetineerde persoon en de vrijwilliger. Als het klikt, spreken we af hoe vaak we elkaar zien. Dat kan wekelijks zijn, om de veertien dagen of zelfs maandelijks.’

Is jouw vrijwilligerswerk een vorm van hulpverlening?

Marleen: ‘Nee, de kern is luisteren en er zijn. Natuurlijk kan het gebeuren dat iemand met een vraag zit en dat je denkt: daar bestaat hulp voor. Dan kan je iemand aanmoedigen om stappen te zetten. Veel vrijwilligers hebben ook geen hulpverleningsachtergrond. Dat hoeft ook niet. Het gaat vooral om menselijk contact.’

‘Ik heb bijvoorbeeld ooit iemand bezocht die worstelde met een verslaving. Door veel te praten en zacht te blijven “duwen” heeft die persoon uiteindelijk zelf hulp gezocht en kon hij na vrijlating terecht in een traject dat hem hielp om clean te blijven. Dat zijn momenten die je bijblijven. Niet omdat jij het oplost, maar omdat iemand opnieuw perspectief vindt.’

De kern is luisteren en er zijn.

Je bouwt doorheen de vele gesprekken een band op. Hoe ga je om met grenzen?

Marleen: ‘Je bent vriendelijk en menselijk, maar je blijft wel in je rol. Ik ga niet uitgebreid over mijn privéleven vertellen. Er zijn ook duidelijke afspraken: je deelt geen privégegevens zoals adres of telefoonnummer.’

‘Als iemand dingen zegt die voor mij niet oké voelen, dan mag en moet ik grenzen stellen. Het helpt dat je er op zulke momenten niet alleen voor staat. Ik krijg supervisie met de andere vrijwilligers en kan altijd terugkoppelen naar de coach. Soms is er ook geen klik met de gedetineerde persoon tijdens het kennismakingsgesprek. En dan is het ook prima als de vrijwilligerscoach op zoek gaat naar een andere match.’

Wat houdt supervisie precies in?

Marleen: ‘We komen regelmatig samen met de groep vrijwilligers. Dan kan je vertellen wat goed loopt en waar je op vastloopt. De anderen denken mee: “zo zou ik reageren” of “dat zou ik net niet doen”. We bespreken ook praktische zaken, zoals wie nog ruimte heeft om iemand extra te bezoeken. Voor mij zijn de supervisies heel belangrijk. Ze maken het vrijwilligerswerk voor mij gedragen en veilig.’

Waarover gaan de gesprekken met de mensen die je bezoekt?

Marleen: ‘Ik hoef niet te weten voor welke feiten iemand in de gevangenis is beland. Als mensen dat willen vertellen, dan mag dat en dan zal ik naar dat verhaal luisteren. Vaak gaan de gesprekken over thema’s die iedereen bezighouden: de kinderen, familie, zorgen, hoop of gewoon de zaken waarmee iemand op dat moment bezig is.’

Je kan mensen echt versterken, soms gewoon door er te zijn.

Stel dat iemand overweegt om bruggenbouwer te worden, maar twijfelt. Wat zou jij zeggen?

Marleen: ‘Als je het kan opbrengen om zonder vooroordelen te luisteren, dan zou ik zeggen: doen. Je kan mensen echt versterken, soms gewoon door er te zijn. Maar als je heel veel schrik hebt van de gevangeniscontext zoals de deuren, de controle, het gevoel van opgesloten zijn, dan is het misschien niet de juiste plek voor jou. Start niet met het idee dat je iemand moet redden. Het gaat om contact, niet om oplossen.

Wat maakt dat jij dit vrijwilligerswerk zo waardevol vindt?

Marleen: ‘Omdat je voelt dat het een verschil maakt. Soms heel zichtbaar, soms heel klein. De bezoeken brengen menselijkheid binnen op een plek waar dat niet vanzelfsprekend is. Dankzij de vorming en supervisie sta ik er als vrijwilliger niet alleen voor. Voor mij is het oprecht een heel fijn engagement.’