Samen weerwerk bieden: politiserend werken als antwoord op druk van bovenaf
Waar het lokaal beleid verstrakt, ontstaat spanning voor middenveldorganisaties. Bart Van Bouchaute, coördinator van het onderzoeksplatform ‘Politisering van/in het sociaal werk’ en mee aan de wieg van het Middenveldforum Oost-Vlaanderen, maakt zich zorgen. Tegelijk blijft hij hoopvol. “We hebben in Vlaanderen gelukkig nog ruimte om maatschappelijk vorm te geven. Maar we moeten die ruimte wel bewaken.”
Van incident naar initiatief
Aanleiding voor het Middenveldforum Oost-Vlaanderen waren concrete incidenten: plots stopgezette samenwerkingen met een middenveldorganisatie, bemoeienissen met het personeelsbeleid of een verbod op meertalige communicatie. “We wilden af van het reageren op dit soort voorvallen zonder vooraf uitgedachte aanpak,” vertelt Bart. “In plaats van klappen individueel op te vangen, hebben het CAW, SAAMO, Avansa en andere middenveldorganisaties samen nagedacht over een gedeelde visie op de rol van het middenveld in het lokaal beleid. Het doel? Stevige basisprincipes formuleren én elkaar versterken.” Door elkaar te steunen, voorkomen ze dat organisaties tegenover elkaar uitgespeeld worden of onder druk buigen.
Een buffer tegen verdrukking
Volgens Bart ervaren middenveldorganisaties deze druk op twee manieren: enerzijds wordt hun formele positie herleid tot pure uitvoering van overheidsbeleid, anderzijds wordt ook hun inhoudelijke werking onder druk gezet. “We merken een toenemende vorm van bestuurlijke controle en zelfs intimidatie. Kijk naar Vrede vzw dat werd aangepakt omwille van een standpunt over Palestina – iets wat nochtans perfect binnen hun opdracht past om het publieke debat te voeden.” Gelukkig zijn er in Vlaanderen nog buffers die optreden tegen die intimidatie of willekeur van lokale besturen: “We hebben twee bestuurslagen en decreten die de autonomie van het middenveld beschermen. Dat maakt onze slagkracht groter. Maar we mogen niet naïef zijn: we dreigen terrein te verliezen. Het is nu dat we onze positie moeten hertekenen.”
Politiserend werken is geen luxe
“Sociaal werk is meer dan problemen oplossen. Het heeft ook de opdracht onrecht te benoemen, publieke kwesties aan te kaarten en de samenleving mee vorm te geven,” stelt Bart. Toch wordt die rol steeds moeilijker. “In Nederland is opbouwwerk bijna volledig afhankelijk geworden van de lokale overheid die kiest aan welke organisatie ze een project toevertrouwen, vaak is dat een commerciële partner. In Vlaanderen kunnen organisaties nog met eigen middelen politiserend blijven werken, los van politieke grillen. Maar dat vereist waakzaamheid én samenwerking.” Daarom wil het forum onder meer basisartikels opnemen in convenanten, met garanties rond mensenrechten, autonomie en inspraak. Die artikels vormen tegelijk een houvast én een uitnodiging tot dialoog.
Democratie vraagt zoveel meer dan krachtig leiderschap
Volgens Bart ligt de kern van het probleem bij een groeiende tendens naar autocratisch bestuur op lokaal niveau. “Schepencolleges trekken almaar meer macht naar zich toe. Gemeenteraadsleden hebben amper tijd of middelen om hun controlerende taak op te nemen. Daardoor ontbreekt een gezonde tegenmacht.” Toch ziet hij ook kansen. “Er is altijd oppositie. Het middenveld kan die informeren, voeden en ondersteunen.” En dat is nodig, want het lokale politieke niveau evolueert stilaan richting ‘krachtig leiderschap’, met minder inspraak. “We moeten niet alleen onszelf organiseren, maar ook het lokale bestuur mee in vraag durven stellen. Democratie vraagt meer dan efficiëntie – ze vraagt dialoog.”
Waakzaam maar hoopvol
“Er zijn meer dan 130 genderorganisaties actief in Vlaanderen. In Hongarije zijn dat er nul. Dat verschil zegt veel,” besluit Bart. “We hoeven dus niet pessimistisch te zijn. Vlaanderen is nog steeds rijk aan een kritisch, divers en geëngageerd middenveld, zelfs in zoverre dat in Nederland nu over ons als ‘Gidsland Vlaanderen’ wordt gesproken.” Tegelijk waarschuwt hij: “Het is geen kommer en kwel, maar we mogen niet toelaten dat wat het middenveld doet op een sluipende wijze verdwijnt. Anders stellen we binnen tien jaar vast dat we met de gebakken peren zitten.”