“Vragen over precair verblijf gaan verder dan papieren: je kan het juridische en het psychosociale niet los van elkaar zien.”
Wie aan precair verblijf denkt, denkt al snel aan procedures, documenten en juridisch advies. Maar voor Ella Verstichele en Koen Depoortere is het veel meer dan dat. Want achter vragen over een verblijfsstatuut schuilen vaak stress, verlies, onzekerheid en een voortdurende zoektocht naar houvast. Dat maakt van precair verblijf heel duidelijk een welzijnsthema.
Ella: Mensen in precair verblijf leven onder constante stress, zitten in overlevingsmodus, dragen verlieservaringen mee en missen familie, kinderen of vrienden die nog in het buitenland zijn. Dat maakt dat psychosociale en sociaal-juridische vragen heel sterk met elkaar verbonden zijn en daarin spelen we als CAW een belangrijke rol.
Koen: Je verblijfsstatuut is iets heel wezenlijks. Als daar onzekerheid over is, is het moeilijk om mentale rust te vinden. Je moet dus ook met die vragen aan de slag om opnieuw ruimte in je hoofd te maken voor andere dingen. Die link tussen mentaal welzijn en verblijfsstatuut is bijna existentieel. Als je niet weet of je hier mag blijven, of onder welke voorwaarden, dan raakt dat aan alles.
En dus kloppen veel mensen aan bij CAW?
Koen: Heel veel welzijnsvragen komen rechtstreeks uit de precariteit van het verblijfsstatuut. Zo hadden van de 127.000 mensen die in 2025 met een hulpvraag naar CAW kwamen, 12.000 een vraag die te maken had met precair verblijf. Dat is bijna één op tien.
Vaak denkt men dat het enkel over mensen zonder wettig verblijf gaat. Maar driekwart van de mensen in precair verblijf, heeft net wel een wettig verblijf. Alleen is dat tijdelijk of voorwaardelijk. Ze hebben dus het recht om hier te zijn, maar de tijdelijke of voorwaardelijke aard van dat verblijf zorgt voor onzekerheid, en die onzekerheid veroorzaakt dan weer veel stress en andere welzijnsvragen.
Ella: Dat zie je bijvoorbeeld bij de mensen uit Oekraïne. Zij kregen een statuut, maar het blijft onduidelijk wat dat op langere termijn betekent. Dan weten mensen niet waar ze over vijf of tien jaar zullen staan. Wat betekent dat voor henzelf, voor hun kinderen? Dat toont heel duidelijk hoe sterk verblijf doorwerkt op mentaal welzijn.
Koen: Die voorwaardelijkheid heeft soms ook heel concrete en pijnlijke gevolgen, bijvoorbeeld in situaties van intrafamiliaal geweld. Sommige mensen blijven langer in een onveilige relatie, omdat ze bang zijn hun verblijfsrecht te verliezen als ze weggaan. Er bestaat wel een uitzondering voor zulke situaties, maar die is moeilijk te bewijzen. Dan moet je als hulpverlener heel eerlijk zijn over de risico’s. Dat maakt precair verblijf ook tot een genderkwestie.
Je kan het sociaal-juridische en het psychosociale niet uit elkaar trekken.
Waar zit die stress dan precies?
Koen: In de meeste vormen van verblijfsrecht is er eerst een tijdelijke of voorwaardelijke fase. Daarbovenop zijn de regels vaak onduidelijk en is er veel bewijsdruk. Mensen moeten dan bijvoorbeeld aantonen dat ze voldoende geïntegreerd zijn of aan allerlei voorwaarden voldoen. Maar net druk en strenge voorwaarden maken integratie vaak moeilijker. Als je niet weet of je hier mag blijven, of als je niet weet of je partner of kinderen zullen kunnen overkomen, is het bijzonder moeilijk om de mentale ruimte te vinden om Nederlands te leren, werk te zoeken of een job vol te houden.
Ella: Daarom is welzijnswerk hier zo belangrijk. Mensen hebben nood aan iemand die een stuk met hen meeloopt, die hen helpt om deze samenleving te leren kennen, in dagelijkse dingen, maar ook in complexe vragen. Want de verwachtingen zijn vaak heel hoog, terwijl de ondersteuning niet meegroeit. Die onzekerheid werkt op heel veel domeinen door. Mensen voelen dat ze zich voortdurend moeten bewijzen. Ze moeten het goed doen, integreren, de taal leren, hun leven opbouwen, terwijl ze tegelijk vaak afscheid hebben moeten nemen van familie en vrienden in hun land van herkomst. Daarbovenop spelen ook vragen rond verlies, identiteit en hoe je jezelf hier opnieuw vormgeeft. Dat zorgt voor veel spanning.
Ook voor mensen zonder wettig verblijf hebben we een rol.
Over welke doelgroepen spreken we precies wanneer het over precair verblijf gaat?
Koen: Die doelgroep is breed, en ook onze opdracht gaat daar breed. Want zelfs erkende vluchtelingen hebben in eerste instantie nog een tijdelijk document. Ook mensen die via gezinshereniging in België zijn, kunnen een verblijfsrecht van onbepaalde duur hebben dat toch nog voorwaardelijk is. Zolang dat voorwaardelijke element meespeelt, blijft er onzekerheid, en dus ook precariteit.
Ella: Hulpverleners komen in contact met verschillende mensen in uiteenlopende situaties: mensen die een lopende procedure hebben of een verblijfsstatuut bezitten, mensen die overwegen om naar België te komen, en mensen die hier verblijven zonder wettige verblijfspapieren. Voor wie een verblijfsstatuut heeft of zich in een procedure bevindt, kunnen we vaak het meest betekenen. Maar ook voor mensen zonder wettig verblijf heeft CAW een taak.
Welke rol neemt CAW op voor mensen zonder wettig verblijf?
Koen: Dat is perspectiefbegeleiding. Dan kijk je samen: wat is er nog mogelijk in België? En als dat uitgeput is, wat zijn andere opties, zoals verder migreren naar en ander land of terugkeer naar het land van herkomst? Het belangrijke is dat wij dat doen vanuit een onafhankelijke positie. We zeggen niet welke keuze ze moeten maken, onze rol is om helder te informeren en mee perspectief te helpen zoeken. Sommige cliënten kiezen ervoor om verder in België te leven zonder wettig verblijf. Wij informeren hen over hun rechten maar ook over de risico’s.
Als er iets gebeurt in de wereld, staat dat snel letterlijk aan onze deur.
Met welke concrete vragen komen mensen bij CAW terecht?
Koen: Gezinshereniging is een heel herkenbare vraag bij het eerste contact. Mensen willen hun partner of gezin hierheen brengen en zoeken houvast in wat mogelijk is. Daarnaast zijn er ook mensen zonder papieren die hier al lang verblijven en willen weten welke mogelijkheden er nog zijn. Voor het voeren van procedures zullen we vaak moeten doorverwijzen, maar we kunnen wel veel betekenen in oriëntering en informatie.
Ella: Wij geven geen juridisch advies tot in de kleinste details, maar we helpen wel informeren. Gezinshereniging bijvoorbeeld is een heel moeilijke procedure , met veel voorwaarden. We helpen mensen om het proces beter te begrijpen, en dat maakt vaak al een groot verschil.
Wanneer komt dan het mentale welzijn op de voorgrond?
Ella: Mensen komen meestal niet binnen met de vraag: ik heb nood aan psychosociale ondersteuning. Ze komen met een vraag over papieren, over procedures of over gezinshereniging. Maar het is aan ons om die vertaalslag te maken naar welzijn. Onder die praktische vraag zitten vaak verlies, stress, onzekerheid en identiteitsvragen. In projecten zoals Mind-Spring zie je ook hoe groot de nood is aan ondersteuning rond mentaal welzijn, omgaan met verlies en meervoudige identiteit.
Koen: We zien dat ook heel sterk in periodes van crisissen in het buitenland. Wanneer er oorlog uitbreekt of een regimewissel plaatsvindt, komen mensen eerst met heel acute vragen: hoe krijg ik mijn gezin in veiligheid, zijn er visummogelijkheden, wat kan er nog? Pas daarna ontstaat er ruimte voor traumaondersteuning. Toen de Taliban opnieuw aan de macht kwamen in Afghanistan, kregen we in Antwerpen op twee weken tijd 800 Afghanen aan de deur. Zo snel komen internationale gebeurtenissen binnen in ons werk.
Het vraagt veel van hulpverleners, maar ze maken ook echt het verschil.
Wat vraagt dit thema van hulpverleners?
Ella: Het vraagt breed kijken en cultuursensitief werken. Je wordt geconfronteerd met andere contexten, andere verhalen en soms ook dingen die buiten je vertrouwde kader liggen. Werken met mensen in precair verblijf is transnationaal sociaal werk. Onze hulpverleners hebben oog voor de levens van mensen die zich tegelijkertijd in meerdere landen afspelen. Hun familie, rechten, verplichtingen, kansen en zorgen zijn vaak verspreid over landsgrenzen heen. Dat vraagt dat je verder kijkt dan de Belgische context alleen.
Tegelijk zien we dat cliënten vaak een lang vluchtverhaal meedragen, met rouw, verlies en trauma. Die combinatie maakt het werk zwaar. We mogen niet onderschatten wat dat met hulpverleners doet.
Koen: Wat we vaak horen, is een gevoel van onmacht. Hulpverleners zitten in een context waarin regels ondoorzichtig zijn en beslissingen soms heel willekeurig aanvoelen. Mensen verwachten soms dat jij ervoor zult zorgen dat hun familie naar hier kan komen, terwijl dat niet in jouw macht ligt. We vinden het belangrijk dat hulpverleners hierover kunnen praten, dat er intervisie is. We moeten ook aandacht hebben voor secundaire traumatisering, want de verhalen die hulpverleners horen en de beelden die ze zien, zijn vaak heftig.
Ella: Tegelijk maak je als hulpverlener een groot verschil. Soms zit dat in helder informeren, soms in gewoon luisteren en vragen: hoe gaat het met jou, lukt het hier? Dat lijkt misschien klein, maar voor mensen die vaak als een dossier of een nummer behandeld worden, betekent dat enorm veel.
Naast de rol van hulpverleners speelt ook de lokale context een belangrijke rol.
Jullie werken graag samen met lokale besturen?
Ella: Die samenwerking is heel belangrijk, omdat de noden lokaal sterk kunnen verschillen. In sommige steden en gemeenten is er expertise aanwezig, maar op andere plaatsen merken we dat lokale besturen zoekende zijn in hoe ze met deze doelgroep aan de slag kunnen gaan. Net daarom is het belangrijk om lokaal te kijken waar de noden zitten en hoe je daar samen op kunt inspelen.
Koen: Tegelijk zien we dat de hulpvragen toenemen en complexer worden, terwijl de middelen niet altijd volgen. CAW kan daarom een belangrijke partner zijn voor lokale besturen, net omdat we lokaal verankerd zijn, toegankelijk werken en een brede, holistische aanpak hebben. We kunnen mensen niet alleen informeren en oriënteren, maar ook sociaal-juridisch en psychosociaal ondersteunen.
Als jullie een boodschap aan het beleid mochten geven, welke zou dat zijn?
Koen: Geloof in mensen, vertrek vanuit vertrouwen. Ik heb de indruk dat dossiers precair verblijf vanuit wantrouwen bekeken worden. Terwijl mensen meestal net heel gemotiveerd zijn om iets van hun leven te maken. Ze willen werken, vooruit geraken, hun leven opbouwen. Waarom zou je daar systematisch wantrouwen als uitgangspunt nemen?
Ella: Geef mensen kansen om hun leven uit te bouwen, en ga ervan uit dat ze dat met goede intenties doen. Als maatschappij moet je kiezen: wil je mensen verder in onzekerheid duwen, met alle gevolgen van dien, of wil je hen kansen geven? Wij zien elke dag dat veel mensen hun best willen doen, maar gewoon de kans niet krijgen.
Koen: En precies daar zien we als CAW onze rol: mensen versterken, perspectief helpen zoeken en ondersteuning bieden zodat ze opnieuw houvast vinden. Als mensen duidelijkheid en perspectief krijgen, ontstaat er ook ruimte voor mentaal welzijn, werk en integratie. Dat is niet alleen goed voor henzelf, maar ook voor de samenleving als geheel.
Ella Verstichele is beleidsmedewerker bij CAW Zuid-West-Vlaanderen, Koen Depoortere is beleidsmedewerker en hulpverlener bij CAW Antwerpen.