Begin van de inhoud.

Wim Vandebeek over geweld, oudermishandeling en ouderenmis(be)handeling

Wim Vandebeek

Oudermishandeling en ouderenmis(be)handeling blijven vaak onder de radar. Schaamte, afhankelijkheid en eenzaamheid maken het moeilijk om hulp te vragen, zeker wanneer het geweld komt van iemand die je liefhebt of van wie je afhankelijk bent. In dit interview vertelt hulpverlener Wim Vandebeek (team Intrafamiliaal Geweld/1712) waarom het thema meer aandacht verdient, hoe een campagne mensen in beweging kan zetten en waarom een lotgenotengroep precies is wat sommige mensen nodig hebben.

De begrippen oudermishandeling en ouderenmis(be)handeling worden vaak door elkaar gebruikt. Wat is het verschil?

Wim: ‘Ouderenmis(be)handeling is een brede, overkoepelende term. Het begrip omvat verschillende vormen van geweld en grensoverschrijdend gedrag tegenover 60+-ers, soms zonder kwade bedoeling. Denk aan een mantelzorger die onder zware stress of bij overbelasting dingen doet die niet oké zijn. Ouderenmis(be)handeling kan thuis gebeuren, maar evengoed in een woonzorgcentrum, ziekenhuis of andere zorgcontext.’

‘Als we spreken over oudermishandeling, dan gaat het om geweld dat kinderen plegen tegenover hun ouders. Daar zit strikt genomen geen leeftijdsgrens op. Het kan dus ook gaan over ouders die nog jong zijn. In de praktijk overlappen de thema’s soms, bijvoorbeeld wanneer een volwassen zoon of dochter zijn of haar moeder bedreigt of emotioneel chanteert voor geld.’

Eind 2025 lanceerde hulplijn 1712 een campagne rond ouderenmis(be)handeling met Annie Geeraerts en Ray Verhaeghe uit Familie. Waarom was die campagne nodig?

Wim:Ouderenmis(be)handeling blijft nog te vaak onder de radar. Het gaat om een kwetsbare doelgroep die veel onmacht ervaart. Mensen twijfelen, zien signalen maar weten niet goed wat ze kunnen doen. We zijn als maatschappij vaak sterk en terecht gefocust op het welzijn van kinderen, maar daardoor vergeten we dat ook ouderen kwetsbaar kunnen zijn.’

Mensen zijn bang voor negatieve gevolgen als ze zich durven uit te spreken.

‘Mensen leven langer, hun zorgvragen worden complexer en er is in de media en de samenleving een groeiende aandacht voor de problematiek. Daardoor durven oudere mensen of mensen uit hun omgeving zich sneller uitspreken. Ook professionals zoals huisartsen of medewerkers van thuiszorgdiensten of in woonzorgcentra zitten geregeld met vragen. Ze willen weten op welke signalen ze moeten letten en welke stappen ze kunnen zetten als ze zich zorgen maken. Een campagne helpt om alertheid te vergroten en om duidelijk te maken dat niemand er alleen voor staat.’

Je hoort vaak dat mensen niet altijd weten waar ze hulp kunnen krijgen of schaamte ervaren. Herken je dat bij mensen die slachtoffer zijn van mis(be)handeling?

Wim: ‘De drempel om hulp te zoeken is vaak heel hoog. Bij oudermishandeling gaat het ook om een geweldsituatie tussen ouders en kinderen. Mensen willen loyaal blijven of hopen dat de situatie van voorbijgaande aard is. In zorgcontexten kan er dan weer angst zijn om lastig gevonden te worden. Mensen zijn bang voor negatieve gevolgen als ze zich durven uit te spreken.’

‘Daar komt bij dat veel ouderen met vereenzaming te maken hebben. Als je weinig netwerk hebt, is hulp vragen extra moeilijk. Soms denken mensen: als ik die ene persoon ook nog verlies, heb ik niemand meer. Dat maakt dat situaties langer kunnen aanslepen dan goed is.’

Weten dat ze niet alleen zijn, maakt mensen sterker.

Wat is het effect van zo’n campagne op jouw werk? Komen er meer 60+-ers bij jou aankloppen voor hulp?

Wim: ‘Het aantal contacten bij hulplijn 1712 stijgt jaar na jaar. In mijn hulpverleningsgesprekken merk ik dat er meer oudere mensen bij zijn of mensen uit hun omgeving. Wat me ook opvalt is dat mensen vaak zoekende zijn. Ze voelen dat iets niet oké is, maar vragen zich af wat ze kunnen of mogen doen. Alleen al die vragen stellen is een belangrijke eerste stap. Als hulpverlener kan ik dan samen met hen kijken wat ze kunnen doen.’

In 2025 startte je samen met een collega van het Veilig Huis met een lotgenotengroep rond oudermishandeling. Kun je daar iets meer over vertellen?

Wim: ‘Oudermishandeling is een specifiek thema. Je zit bijna altijd met een pijnlijke dynamiek. Ouders willen blijven zorgen, blijven hopen, en tegelijk voelen ze dat hun grenzen overschreden worden. Van mensen in hun omgeving krijgen ze snel goedbedoelde adviezen zoals: zet uw kind buiten. Voor sommigen is dat inderdaad een noodzakelijke stap, maar voor veel mensen is dat advies niet aan de orde. Ze hebben vooral nood aan een plek waar er zonder oordeel naar hun verhaal wordt geluisterd. In de groep ontmoeten ze mensen die hetzelfde meemaken. Ze moeten niets uitleggen of zich verdedigen. Weten dat ze niet alleen zijn, maakt mensen sterker.’

‘De weg naar de groep vinden mensen via ons team Intrafamiliaal Geweld, via hulplijn 1712, maar bijvoorbeeld ook via een woonzorgcentrum of andere hulpverleners. We zijn nog maar een half jaar bezig, het is ook een groeiproces.’

Welke rol neem jij op in de groep?

Wim: ‘In de eerste plaats ben ik er als facilitator. Ik zorg voor een warme, veilige plek en bewaak het groepsproces. Iedereen krijgt ruimte en er is respect voor elkaars grenzen en verhaal. Tegelijk ben ik natuurlijk hulpverlener in hart en nieren. Als er emoties loskomen, is het belangrijk dat die er mogen zijn en dat mensen zich niet aan hun lot overgelaten voelen.’

In situaties waarin geweld voorkomt, keuren we dat gedrag niet goed, maar proberen we wel te begrijpen hoe het zo ver is gekomen.

Wat blijft jou bij uit de gesprekken in de groep?

Wim: ‘Wat ik altijd bijzonder vind, is hoe deelnemers elkaar tegelijk eerlijk en mild kunnen toespreken. Soms zegt iemand: “Ik heb mijn kind uiteindelijk buiten gezet.” En in dezelfde adem: “Maar het was ook verschrikkelijk moeilijk.” Die combinatie van grenzen durven trekken en de complexiteit erkennen, helpt andere deelnemers om hun eigen tempo in hun proces te leren voelen en respecteren.’

‘Iemand die al een tijd geen contact meer had met haar zoon en net wat rust had gevonden, kwam hem onverwacht terug tegen. In de groep kon die persoon zeggen: “Ik ben deze week niet oké.” De rest van de groep kon aanwezig zijn en hoefde niets voor haar te fixen. Alleen al dat gedeelde begrip maakt een groot verschil.’

Mensen die twijfelen om hulp te zoeken vragen zich vaak af of het de moeite waard is. Wat zou je tegen hen zeggen?

Wim: ‘Voor veel mensen kan hulpverlening een plek zijn waar ze welkom zijn met hun vraag. Waar iemand luistert zonder oordeel en waar ze even tijd en rust krijgen om te vertellen wat er aan de hand is.’

‘In begeleiding rond intrafamiliaal geweld kijken we naar de dynamiek: wat gebeurt er tussen mensen? In situaties waarin geweld voorkomt, keuren we dat gedrag niet goed, maar proberen we wel te begrijpen hoe het zo ver is gekomen. Als mensen zien welke patronen er spelen – bijvoorbeeld angst die leidt tot roepen, en roepen dat weer meer angst oproept – kan er rust en ruimte ontstaan om in de toekomst andere keuzes te maken.’

Mensen verwijten zichzelf vaak dat ze te lang in een gewelddadige relatie zijn gebleven.

‘Belangrijk is ook dat we het schuld-denken proberen te doorbreken. Mensen verwijten zichzelf vaak dat ze te lang in een gewelddadige relatie zijn gebleven. Als je terugkijkt op de feiten, is het makkelijk om te zeggen dat je beter iets anders had gedaan. Maar als je er middenin zit, is dat veel minder vanzelfsprekend. Ik geef mensen dan mee dat ze zichzelf geen verwijten hoeven te maken. Ik nodig hen uit te kijken waar ze vandaag staan en wat een volgende, haalbare stap voor hen is.

Waar kunnen mensen met een hulpvraag over geweld terecht?

Wim: ‘Maak je je zorgen over geweld als slachtoffer, pleger of omstaander? Dan kun je terecht bij 1712, de gratis hulplijn voor vragen over geweld. Ook bij het CAW kan je aankloppen voor een gesprek. Twijfel je of het erg genoeg is? Neem ook dan contact op. Vroeg advies kan helpen om situaties veiliger te maken.’